zaterdag 17 november 2012

Achter zijn herfst aan




stond de wind daar
buiten de deur en
klopte hij aan

en was daarachter
een ruimte voor ruisen
niet vindbaar

en wist enkel de zoldering
van windgekraai


*


er loopt daar een wolk 
over het gras

met zijn armen vol geel
nadert de bosrand

stil loopt het paard achter 
zijn herfst aan

het geringe van mens
gaat zijn schaduw
achterna


*


later het jaar lag de akker
in een andere verte, lager
en zonder gezicht

hij lag er zo alleen

ik zou willen liggen gaan
dichterbij hem, ik zou
rand van de akker 
willen zijn


*


weggerold ben ik, in
een gat gerold ben ik

maar ik kwam weer boven
werd een ruisende beek

en ritselend als zilver
stroomde ik voort




© Leo Herberghs







Vier korte gedichten uit: 
Leo Herberghs De bolle ogen van februari & Hölderlins einde 
Utrecht, de Contrabas, november 2012.






woensdag 14 november 2012

Ten slotte


\

\
Het laatste nieuws
heeft ten slotte
ook mij bereikt

© Jacob Groot





- dichtregel boven winkelgalerij aan het Eendrachtsplein, Rotterdam -

maandag 29 oktober 2012

Steen - In memoriam Bernlef (1937-2012)




CIRKEL



Alvorens de cirkel te sluiten
keek hij nog één keer om zich heen
zag hoe de meeuw in de gevel verdween

stof het uitzicht smoorde
met een stormgordijn, de laatste steen
zich opmaakte om te verdrinken.

                              Onnavolgbaar ogenblik

waarin sterren hem te binnen schoten
en de uitgesleten drempel vonkte onder
zijn allereerste stap: hij was alleen

en de ontsluiting vond plaats. De hand
van de uitgedreven geliefde cirkelde
boven het pasgeboren lijk. Hij was gesloten.


© J. Bernlef



Gedicht oorspr. uit Bernlefs bundel Niemand wint (1992), naderhand opgenomen in 
Voorgoed. Gedichten 1960-2010, Bernlefs verzamelde poëzie volgens de auteur zelf 
(Amsterdam, Querido, 2012 - verschenen ter gelegenheid van de 75ste verjaardag 
van de dichter in januari jl.). 




Schrijver, vertaler en dichter J. (Henk) Bernlef - pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman - is vandaag na een kort ziekbed op 75-jarige leeftijd overleden.
Tussen 1959 en 2012 schreef hij een grote hoeveelheid romans, verhalen en gedichten, waarvoor hij vele malen werd bekroond. 
In 1994 werd hem de P.C. Hooftprijs toegekend voor zijn gehele letterkundig oeuvre.
Tien jaar daarvoor brak Bernlef door bij een groot publiek met Hersenschimmen, een roman over een liefde die wordt vernietigd door dementie. Hersenschimmen, naderhand verfilmd en enkele jaren geleden ook nog te zien als theaterstuk, wordt gerekend tot een van de beroemdste en meest verkochte boeken van de twintigste eeuw.

Bernlef was een aimabel, behulpzaam en sociaal voelend auteur. In een recent interview in NRC Handelsblad zei hij: "Ik heb mijn leven verschreven." Nog een uitspraak van hem, over zijn vele publicaties en werken, in een gesprek afgelopen zomer:  
"‘Ach, wat blijft er van je over… Meestal twee regels, toegeschreven aan een ander."

zondag 28 oktober 2012

Voor morgen




Ik gluur
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots zingt
alles vandaag.

Niets is grijs,
de wolken
die kruipen
zijn voor
morgen, klaren
vanzelf op.


© Frans Budé








Stadsgedicht van Frans Budé in het Mestreechs - boven kapsalon in Maastricht, op de gevel van hoekpand O.L.Vrouweplein/Achter de Comedie









woensdag 24 oktober 2012

Geweren


WE GOOIEN ZE PLAT



Iemand zei praten gaat te langzaam, we moeten vuisten gebruiken,
Een ander zei vuisten gaat te langzaam, we moeten stenen gebruiken
Een ander zei stenen gaat te langzaam, we moeten knuppels gebruiken
Een ander zei knuppels gaat te langzaam, we moeten speren gebruiken,
Een ander zei speren gaat te langzaam, we moeten pijlen gebruiken,
Een ander zei pijlen gaat te langzaam, we moeten geweren gebruiken,
Een ander zei geweren gaat te langzaam, we moeten bommen gebruiken.

Laten we Hem dankbaar zijn die ons het vermogen schonk om te denken,
Ons werk wordt dagelijks lichter, lichter dan een blad.
Denk eens hoe ver we zouden zijn als we nog onze vuisten gebruikten.

De lui die denken dat we geen verstand hebben: we bombarderen ze,
De lui die denken dat we geen doel hebben: we bombarderen ze,
De lui die denken dat we niet kunnen plannen: we bombarderen ze.

We gooien ze plat!
We gooien ze plat!
We gooien ze plat!



© Chirikure Chirikure


 - vertaald uit het Engels door Peter Boreas -




Chirikure Chirikure (Zimbabwe, 1962) leest zaterdagavond voor tijdens de Maastricht International Poetry Nights, een driedaags poëziefestival dat om de twee jaar plaatsvindt. De MIPN-editie 2012 start morgen, donderdag 25 oktober. Adres voor drie avonden prachtige poëzie uit alle windstreken: Theater La Bonbonnière, Achter de Comedie 1, Maastricht.

Kijk voor het volledige festivalprogramma op

http://www.maastrichtpoetry.com/current.asp?lang=mac

vrijdag 19 oktober 2012

Sylvia Kristel (1952-2012)


De minnaar spreekt:


Elke nacht met haar was een Kristalnacht

Elke nacht dezelfde kwetsbaarheid

diezelfde lichtblauwe sterren-
lichtheid
van oogopslag

Elke nacht met haar was
bijslaap met mijn eigen ziel

Het woord was vlees geworden in Bangkok

Ik Emmanuel
en
zij Emmanuelle

In al de spiegels van mijn poëzie
- nerveuzer, steeds nerveuzer
herken ik slechts haar rotanstoel

en mijn uiteindelijke leegte




© Manuel Kneepkens


- ongepubliceerd -





Sylvia Maria Kristel (Utrecht, 28 september 1952 - Amsterdam, 17 oktober 2012)
 was een Nederlandse actrice. Ze speelde in meer dan vijftig internationale speelfilms,
waarvan Emmanuelle (1974) de bekendste was.


vrijdag 24 augustus 2012

Duintoppen




Bergen (N.H.), Adriaan Roland Holsthuis: 
gedicht van tijdelijk bewoner Peter Swanborn in gastenboek 

maandag 13 augustus 2012

Door mijn wimpers heen


Mijn moeder wijst de plaats aan waar de school was

en het kippenhok waar ze met haar vader lesgaf
als de vliegtuigen, die nu in het bos staan, overvlogen.
Een vader en een dochter leerden boerenjongens schrijven in de zon.

Mijn opa wacht aan tafel onze komst. Warm eten, 's middags.
Hij bidt, zijn ogen zijn gesloten, ik zie het door mijn wimpers heen.
Wij bidden na, met de zachte g die mama
in het Noorden al bijna was vergeten. Wij blijven stil
tot de voorname stem het nieuws over de wereld
heeft verteld. De klok in de radio slaat twaalf uur.
De soep wacht in de borden, pas bij de weerberichten
neemt hij een eerste hap. Mijn moeder en mijn opa spreken
vreemde woorden met elkaar. Ik wacht tot ik ze kan verstaan.


© Ineke Holzhaus



Uit: Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, 2011

zaterdag 11 augustus 2012

Bezoek


BLAUWDRUK



Hij is ijskoud in haar ontwaakt,
neemt zeer zelfzuchtig stilte aan bij monde
van een opzettelijk doofstomme; de eeuwig-
heden slaat hij aan seconden.

Z'n blauwdruk, tot een lijf vermaakt,
dat zelfs de ochtend slecht verdraagt, voorzegt
hoe hij vernietigd dient te worden.

Ze maakt zich in het licht verstaanbaar:
wees warm, bezoek mij in de zomer en ik
bedrieg je, ik, de meest bedrogen dromer.


© Hester Knibbe



Uit: Hester Knibbe Een hemd van vlees Baarn, De Prom, 1994

vrijdag 10 augustus 2012

Engel


EEN PAAR DECENNIA TE VROEG IN DEZE NACHT VERZEILD



Langs een onbetwiste provinciale weg
kwam je de engelen en vrienden
van je vader tegen.
Bij de eerste bussen naar de stad
of diep in de nacht
op de terugweg van de kermis.

Je vader herinnert zich een stem
die in het voorbijgaan vroeg
waarom de nachten zo onrustig zijn geworden.
De wereld leek een paar decennia te vroeg
in deze nacht verzeild.
Er scheen een ander licht.
Dat zagen wij.

Je vader kon het later niet goed duiden
maar had iets in de ziel gekeken
doende tussen kapotte lantaarns
de weg naar huis te vinden.

Je had het over de lome avonden
en de meisjes die net engelen waren.
Daar nog een overlevende tegenkomen
die je in geen jaren zag.
'Kun jij je dat voorstellen?'

Dat maakt passend wat de tijd verwaarlozen wil.
Of dat ook geldt voor de man
die met ons opliep en diepe steekwonden
van de kermis had meegebracht?

Worstelend met windkracht zes
en andere engelen van de herfst
een heel stuk van de wandeling
uit ons geheugen kwijtgeraakt.

Hebben daar uiteindelijk een vinger verloren
en het de dag daarna op een botsing
een worsteling in het donker gegooid
niet eens zo ver
bezijden de waarheid.   


© Jan Baeke




Uit: Jan Baeke Brommerdagen Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

donderdag 9 augustus 2012

Geverfde nagels



IK WAS THUIS EN PLEEGDE INTROSPECTIE



Ik was thuis en pleegde introspectie.

In dienst van de mensheid,
dat sprak vanzelf.

Ik bedacht mij een beroep: verpleegster
in verre werelddelen. Ik speldde mij het woord
'nut' op de revers.

Ik ging en ik kwam en ik zat nog steeds
op mijn kamer. De nagels van mijn tenen
waren inmiddels geverfd

en goed bekeken
was mijn hele eigen leven



© Sylvia Hubers









Uit: Sylvia Hubers Vandaar dit huwelijksleven 
Amsterdam, Prometheus, 2009

woensdag 8 augustus 2012

Nee, meer een plas



Droge naald etst hen aan de rand van het bos:

Jager & hond. Nevel arcerend in koper.
Oktober. Een dinsdag in het jachtseizoen.

Zon, nog begraven onder het mos, woelt al
Tussen de wortels. Metaal krult van de plaat.
Metaal als geweerloop. Metalen kogel.

Mist ligt in vitrages over het meer, nee
Meer een plas, trage schaal vloeibare lucht.
Jager & hond roerloos tussen hout en water. 


© Harry Mulisch

 
Uit: Harry Mulisch De vogels - drie balladen (gedichten).
Amsterdam, Atheneum-Polak & Van Gennep, 1974

maandag 6 augustus 2012

Onhoudbaar


OVER LIEFDE



in de nacht
een zachte
een wuivende
huid geplant

op elke vinger
een oog gegroeid
in het donker

een gestreelde deken
te weven
een lieflijke god
onder de leden

ongrijpbaar
onhoudbaar
dit gekke geluk 


© Mischa de Vreede



Uit: Mischa de Vreede Met huid en hand, Amsterdam, u.m. Holland, 1959

Vriendje


VERSJE DAT IK TOCH MAAR NIET

IN EEN POEZIEALBUM HEB GEZET


Je vader trekt flessen,
je moeder schaatst scheef,
maar jij blijft mijn vriendje
zo lang als ik leef.


© Cees Buddingh'


Uit: C. Buddingh' Gedichten 1938-1970, Amsterdam, De Bezige Bij, 1971

zondag 5 augustus 2012

Knoopjes


BEKENTENISSEN
(2)



Alleen slechte mannen wilde ik aanraken. Ik wilde hun schouders onder
mijn handen voelen, hun knoopjes openmaken, mezelf dan
haastig uitkleden, ze als dekens om me heen slaan,
me in hun armen te slapen leggen.

Ik wilde ze voorzichtig wasssen, hun haar inzepen met een shampoo
die niet prikt, schuim in hun huid masseren, ze glanzend wrijven.

Ik wilde ze auto's geven en kleine huisjes voor ze maken,
ze aan tafel zetten met een vrouw, een bordje eten,
een kind dat papa zegt, een lapjeskat.

Ik wilde ze mee het bos in nemen, ze warm aankleden en
de goede kant op sturen, de kant op waar bomen zo
hecht met elkaar vergroeid zijn dat je er
geen pad meer vindt maar wel,
als het donker wordt,
levensechte beren.


© Ester Naomi Perquin




Uit Ester Naomi Perquin Celinspecties Amsterdam, Van Oorschot, 2012

zaterdag 4 augustus 2012

Grasduinen


BRIEVEN




Die moet ik nog schrijven, en die
dat ik gezond ben
dat ik gisteren dronken was in een grieks café
daarna in een turks café, in een noors

dat ik me instel op een hoge
zeer hoge gasrekening

en andere dingen aan anderen -
grasduinen in een steeds onverklaarbaarder wereld

dat iemand zei: gij hollanders, ge zijt allemaal hetzelfde
terwijl ik toch had betaald
en een franse bril op had
en een duitse gedichtenbundel op zak
en thuis op mijn tafel
Anne Sextons onovertrefbare gedicht
'wanting to die'

en luister hoe ik de stoppen vernieuwde
en het licht opeens weer brandde
en zij op de bank lag te slapen
onder de blauwe deken

Aan deze en gene moet ik schrijven
dat ik het niet doe
dat ik weiger

dat ik ga procederen
dat de dagen hier in regen verslijten

en de wereld nooit groter is dan een stad
dan ik in die stad
mijn voeten op die stenen
en wat ik zie als ik knipper met mijn ogen
en ik moet vragen hoe het gaat
of het huis al gebouwd is
het stuk goed vertaald
of de kinderen voorspoedig groeien
en de vrouwen niet al te ongelukkig zijn


© Remco Campert




Uit: Remco Campert Dichter Amsterdam, Bezige Bij, 1995

vrijdag 3 augustus 2012

Gezichtsbedrog


VROUWENKLACHT

(Op de melodie van Lentelied)


Wat heb ik spijt dat ik getrouwd ben met een koopman:
Het lot beschikte mij een trouweloze kerel!
Naar Soochow ging hij, zei hij mij bij zijn vertrek
En ruim drie jaar later
Krijg ik me daar een brief uit Canton!


© Xu Zaisi  (14e eeuw)







DE WOORDEN VAN EEN GEKOCHTE CONCUBINE


Voor duizend goud hebt u mij aangeschaft -
U kocht mijn lichaam, u kocht niet mijn hart.
Ik weet dat u een echtgenote hebt:
Iedere nacht zal zij uw ontrouw klagen.


© Yang Weizhen  (1296-1370)



Uit: Klasssieke Chinese poëzie - van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie, samengesteld en
vertaald door W.L.Idema. Amsterdam, Meulenhoff, 1991

donderdag 2 augustus 2012

Zweven


WAT DE TOEKOMST BRENGEN MOGE




Een junimorgen vroeg de tuin in gaan
zien hoe spanrupsen zweven aan
dunne trapezes. In het gras bloeien
toe maar! beloften, geheimen groeien
rondom. Zo licht is dit, ik ken het niet
ik hoor een lied dat ik al evenmin,

en niet vertrouw. Wat willen
deze woorden in het groen
wat zingen ze, zijn ze soms bang
dat dit moment geen leven lang?
Laat het toch even nu zijn, hier
precies dit ogenblik van leven
dat ik zo liefheb, redeloos -



© Marjoleine de Vos



Uit: Marjoleine de Vos Een kat van sneeuw, Amsterdam, Van Oorschot, 2003

woensdag 1 augustus 2012

De overlevenden


ONTHEEMD




Het lijkt precies, dit land,
op dat waar wij gedwongen werden
scheep te gaan. Na de bekende ramp
zijn wij weer aangespoeld, gered,
zoals dat wordt genoemd.

Wij zijn nu voortaan overlevenden
terwijl degenen die aan land
gebleven zijn niet zo hoeven te heten.

Het land, nu we er weer terug zijn
is wel hetzelfde, maar getekend.

Getekend en beschreven. Alleen
in de herinnering zichzelf gebleven. 


© Judith Herzberg



Uit: Judith Herzberg Het vrolijkt, Amsterdam, De Harmonie, 2008

dinsdag 31 juli 2012

Streling


ODE AAN EEN BEJAARDE KWAL




In het smerige water van de haven
leeft nog een kwal.
                                 Amechtig,
met haar trage, kwabbige lijf,
dat zijn blauwe kleur heeft verloren en overdekt is
met de verschrikkelijke tekenen van het onafwendbare,
vervloekte vlekken van haar geslacht,
beweegt ze zich langzaam voort tussen uitwerpselen,
tussen condooms en olievlekken.

Hier werd ze geboren, hier groeide ze op, hier maakte ze
de magische reizen van haar jeugd
naar het eind van de wereld: naar de golfbreker.
Hier werd ze verliefd en voedde ze mettertijd
kinderen en kleinkinderen op om, uiteindelijk,
al haar illusies stuk voor stuk te verliezen,
over zogenaamd schone zeeën die ergens
- dat kan niet anders - móeten bestaan.

Elke ochtend zie ik haar huilen,
ik kniel voor haar neer
en streel haar met mijn blik.

Ze is oud, lelijk en alleen,
met haar kwabbige lijf: maar ze geeft niet op.
In het grote riool van de wereld
houdt zij de soort in stand.


© Anéstis Evangélou


- uit het Grieks vertaald door Kirsti de Hek -


in: Verslag van een balling, Kruispunt #179, literair kwartaalschrift, Brugge 1999.


Anéstis Evangélou [1937-1994], pseudoniem van Anéstis Papadopoulos, was na een studie rechten zijn hele leven werkzaam bij de douane in de havenstad Thessaloniki. Hij behoort tot de zogeheten tweede generatie naoorlogse dichters in Griekenland (1950-1970). Over deze tijdgenoten maakte hij een lijvige bloemlezing, een standaardwerk waaraan hij vlak voor zijn dood de laatste hand legde.
Evangélou publiceerde naast korte verhalen acht gedichtenbundels; werk van hem is vertaald in diverse landen.


- met dank aan Kees Klok en Meander-63 van 14 november 1999 -

maandag 30 juli 2012

Iets verschillends


Als haat maar

haat was, niet zo
hardvochtig ontdaan
van elk gevoel van

haat en liefde
werkelijk liefde, geen
hoopvol vermomde
hunkering naar troost.

Als weggaan weg
gaan was voor
goed naar iets
verschillends.


© Jo Govaerts



Uit: Jo Govaerts De twijfelaar, Leuven (B.), Kritak, 1989

woensdag 25 juli 2012

Zeelicht, maandagavond


IJMUIDEN



Komen samen deze cellen met een vorm van ambitie
glijden slanggelijk een buis door die ons klemt
hier moeten we wennen zoveel keren willen we vluchten! In plaats daarvan spreken
we ons moed in, een oor wordt gevormd, we zullen horen! We dragen ogen we zullen
zien, we knipperen plichtsgewijs, de vingers groeien we zullen tasten. Vreugdevol
worden we en vol verwachting.
We komen naar buiten, slaan een kreet nog schriller dan het licht. We zijn blind, doof,
stom en lam tegelijk. Horrific thoughts enter dan zijn we een van hen. Ze vieren onze
komst uitbundig. Noemen ons baby. Het zit ons niet mee trekken ons terug ergens
ver in de hersens zo veel humptiedumptie kunnen we niet aan.
We laten ons volgieten met al hun gedachten, ze hijsen ons in broekpakken, luiers,
we kirren en het is slechts bij flitsen ineens voor de zee van IJmuiden, dat we ons
vaaglijk herinneren waren wij niet eens zo'n zee die
opspringt aan rotsen, die fonkelt


© Marije Langelaar



Marije Langelaar in Onvoltooid - festivalboek van Poetry International, Rotterdam juni 2012.


- met dank aan A. en haar blote voeten, tussen watervonken bij de Langevelderslag

zaterdag 21 juli 2012

Ik onderschrijf alles



























Dubbelzijdige harmonica van twee langere verzen, verpakt als fraai vouwblad: 
Document / Ik ben van Leo Herberghs. Bibliofiele uitgave, verschenen ter gelegenheid van 
de 88ste verjaardag van de dichter vandaag.  
Naar een vormgevingsidee van Piet Gerards Ontwerpers (Iris van Kleinwee), 
Amsterdam/Heerlen juli 2012.


Nummer 40 uit de oplage

donderdag 19 juli 2012

De vrouw



Achter de vuilniswagen port de vrouw

in het gezicht van de middag




Thanh Thao (Vietnam) op Poetry International 2004






- Schone regels, rondrijdend Rotterdams vuilniswagengedicht -

woensdag 18 juli 2012

Dageraad






De witte sjamaan een initiatie



Aanvliegen over de sont,

over donkere kommen van finse meren

scheepgaan in de kajak
der gestorvenen

drijven op de wateren
tussen taiga en toendra

oog en oor zuiveren
aan leegte en verte

zich voeden met bessen, met hoed
en geur van de goddelijke paddestoel

dromen de droom
van het eeuwige heden

als arktiese beer
weer tot sneeuwblinde dronkenschap in te keren

Op de tong zeven vlokken
in dovend middaglicht smelten

zijn tent gebukt naar binnen gaan
als de zon slaapziek wegzakt achter de wouden

liggend op zijn bladerbed
het smeulend vuur van berkebast aanblazen

door het rookgat
de witblauwe poolster bespieden

in heldere blijdschap de hemelse spijker
en stralende navel van zijn heelal gadeslaan

als viervoeter zijn tent verlaten
om de verre suizing van een vleugelslag

oog in oog staan met de witte wolven
van een korte dageraad


titelpagina
© H. C. ten Berge



Uit: H.C. ten Berge De witte sjamaan Amsterdam, 
Meulenhoff, 1973/1988


dinsdag 17 juli 2012

Misschien



Het regent altijd

in dit
Land.

Misschien omdat ik buitenlander ben.




© Gëzim Hajdari

- uit het Italiaans vertaald door Sander de Vaan -





Piove sempre
in questo
Paese.

Forse perché sono straniero.


- Gëzim Hajdari



Gëzim Hajdari (Albanië) leeft als balling in Zuid-Italië.

Meer van zijn werk plus een interview staat op:
http://meandermagazine.net/wp/2012/04/1872/?offset=0

maandag 16 juli 2012

Teruggevonden



- met dank aan Het Mooiste Gedicht

zondag 15 juli 2012

Scheepje: In memoriam Rutger Kopland (1934-2012)


JUFFROUW A



Op 19 september, een nevelige
negentiende, stapte juffrouw A
aan de verkeerde kant van
haar scheepje Steeds Tevreeden
in het Meppelerdiep.


Het was al koud, zij had
de kachel niet aan kunnen krijgen,
haar oude moeder was gestorven,
alles roestte en knarste, vanuit
haar kombuis leken god en
sociale zaken niet te bereiken.
Zij ging van boord.



© Rutger Kopland


Uit: Lang leve de dood - een bloemlezing in honderd en enige gedichten door Gerrit Komrij,
Amsterdam, De Bezige Bij, 2003.
Oorspr. in: Rutger Kopland Gedichten 1966-1999, Amsterdam, Van Oorschot, 1999.



* *
Opnieuw binnen enkele dagen een groot verlies voor de Nederlandse letteren: psychiater, oud-hoogleraar en dichter Rutger Kopland is woensdag jl. na een langdurig ziekbed overleden, zo hebben zijn familie en uitgever vanmorgen bekend gemaakt. 
Kopland was een geliefd en veelvuldig gelauwerd schrijver: in 1988 ontving hij de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre, maar een koninlijke onderscheiding weigerde hij. Hij vond zijn werk "geen bijzondere verdienste". Eind twintigste eeuw leek Kopland de gedroomde, ideale eerste Dichter des Vaderlands. Maar de dichter-medicus liet ook dit aanzoek aan zich voorbij gaan; Gerrit Komrij nam die rol van 2000 tot 2004 van hem over.
Rutger Kopland, geboren als Rudi van den Hoofdakker (Goor, 4 augustus 1934), geldt als een van de belangrijkste naoorlogse auteurs in het Nederlands taalgebied. Hij is - met afstand - de meest gelezen dichter van de laatste vijftig jaar. 

Luisteren aan de borst


DE DOKTER




De dokter keek op mij neer
ik zag zijn gezicht boven het mijne

ik zag wat hij dacht
dat ik dood kon gaan - zo keek hij
terwijl hij luisterde aan mijn borst

hij keek mij aan met een blik
- hoe kan ik dat zeggen - een blik
voorbij mijn gezicht, een blik naar iets
achter mij naar iets verwegs
alsof hij iets in de toekomst
probeerde te zien

hij keek mij aan en hij zei

hier mag u niet blijven
ze komen u halen



© Rutger Kopland



Openingsgedicht uit de cyclus Aan het grensland,
in: Rutger Kopland Toen ik dit zag, Amsterdam, Van Oorschot 2008

Landschap, ter nagedachtenis


Een van de laatste beelden van Rutger Kopland, enkele jaren na het ongeluk met een auto 
dat de dichter overkwam in 2005.

- screenshot van Facebookpagina van Bas Kwakman, directeur van Poetry International, 
op zondag, kort na Koplands overlijdensbericht -


Kopland vertelde naderhand in een NPS-documentaire dat hij na zijn ongeluk - waarbij hij, vermoedelijk door een plotselinge hartstilstand, tegen een boom reed -  voor behandeling werd opgenomen in het Gronings academisch ziekenhuis, zijn vroegere werkterrein. Daar had hij enige tijd moeten doorbrengen op een gesloten - psychiatrische - afdeling, wat hem een gevoel van isolement opleverde. "Je wilt weer naar buiten: door een deur. Een deur waarvan ik vroeger zélf de sleutel had. Maar die deur blijft telkens dicht."

Herinnering aan ex-tabaksliefhebber Kopland


BIJ HET AFKLOPPEN VAN DE AS VAN MIJN SIGARET




Indertijd liet ik mijn sigaret een hele poos branden
en wanneer ik opzij keek
bewoog in de asbak op sterven na dood
een lange grijze worm:
peuken die ik nauwlettend verzameld
en in cassettes van houtsnijwerk bewaard heb
om hun delicate lichaampjes
voor breken en uiteenvallen te behoeden.
Om de zoveel tijd open ik ze
en zie wat ik verloren heb.


(...)


© Yannis Varvéris


- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -




Fragment uit  de afdeling 'Nacht en nicotine'  in de bundel Oorlogsinvaliden (Anapiron polémou, Athene 1982). In deze vertaling [1]  hier uit het eerste van drie gedichten van Varvéris in 
het Roken-is-dodelijk-nummer van De Tweede Ronde, tijdschrift voor literatuur, herfst 2006 - Amsterdam, uitg. Mouria.





- Het zijn de dagen van de dode dichters (verzuchting op Facebook, zondag)

vrijdag 13 juli 2012

Museum



EEN LIED VOOR DE WASVROUW




In het gunstigste geval lopen de hazen
vandaag langs de wasmand. Of gaat zij
onder massagetafel en kicksenrek de vodden
lezen, de geursporen volgen?


Maakt niet uit, even lief zijn ze haar,
de bange bewoners van het mannenmuseum,
nerveus en snel als kleine knagers. Ze tekenen
glorie en verlies in vlekken, een geschenk,


een geschiedenisboek. Bloed is het minste.
Zij vernielt het krijgskundig relict achteloos
en plichtmatig. Zij strijdt nooit. Geen moeite lieverd,
geef maar. Verdrinking, vuur, hete lucht.


Zorgvuldig vouwt ze haar prooi. Wanneer
geeft ze op? Als fluweel, met die nieuwe
wasverzachter. Als nieuw. Als verse sneeuw.



© Anna Enquist



Uit: Anna Enquist Nieuws van nergens Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2010

vrijdag 6 juli 2012

Maskers - bij de dood van Gerrit Komrij (1944-2012)


SCHRIKBEELD



Neem me de poëzie af
En ik ben een brievenbesteller
Een defecte toerenteller
Een man zonder toverstaf
Trek me mijn maskers af
En ik ben een gesteven minister
Een gediplomeerd redetwister
Op weg naar mijn marmeren graf 
Een sukkel in sukkeldraf 
Op weg naar het avondrood 
Op mensenliefde staat straf 
En de sukkels moeten dood



© Gerrit Komrij



Uit: Gerrit Komrij Spaans benauwd Amsterdam, De Bezige Bij, 2005.




tekening: G. Komrij door Theo Daamen






Bericht van vannacht: polemist, criticus, columnist, vertaler, schrijver, dichter en bloemlezer Gerrit Komrij is 
op 68-jarige leeftijd overleden in een Amsterdams ziekenhuis.
Komrij was een letterkundig omnivoor en een soms eenvoudig, maar vilein waarnemer. Menigeen vreesde zijn kleurrijke, dikwijls virtuoze en in ieder geval scherpe pen.
Voor duizenden was hij een gids en wegwijzer in de poëzie, onder meer door zijn bloemlezing - inmiddels een heus standaardwerk - van  meer dan 4.000 pagina's over de Nederlandse dichtkunst in de afgelopen zeven eeuwen.
Gerrit Komrij werd in 1993 onderscheiden met de P.C. Hooftprijs voor zijn beschouwend proza. Van 2000 tot 2004 was hij de eerste Nederlandse poet laureate  resp. Dichter des VaderlandsIn 1970 vormde hij de 'openingsact' van het eerste Poetry Internationalfestival in de Rotterdamse Doelen.
Komrij was niet altijd onomstreden; bij leven had hij gaandeweg ook diverse vijanden om zich heen verzameld. Wat door velen geroemd werd als "sublieme scheldstukken" beschouwden anderen als "krenkende uitvoering van allerlei privéoorlogjes". De kwaliteit van zijn dichtkunst lag soms eveneens onder vuur met kwalificaties als "niet buitengewoon, een soort rijmelarij". De brede lof in veel herdenkingsstukken na Komrij's overlijden wordt door een aantal van zijn tijdgenoten juist opgevat als "weinig kritisch, moedig en voorspelbaar" resp. "cultureel-politiek correct".  

donderdag 5 juli 2012

Buitenbad


Liet me argeloos vallen die dag in andermans leven, andermans

autorijles, boodschappenlijstjes, college, in andermans
aarzelingen, beginnende benen op dansles.

En overal wist ik de weg, ik wandelde talloze wezen
naar propere ouders en leerde een drinkende man
op de duur van zijn glas te vertrouwen,

ik stormde bont en blauw geslagen vrouwen huizen uit,
schuifelde bedelaars kastelen in, liet een kille moeder
tijdig knielen bij een kind dat viel,
was het kind dat viel.

Ik leerde een voetballer in God te geloven als in de klap
tegen de lat, een blinde alles wat hij miste
zonder vragen terug te vinden, ik was
het talent dat de schilder bezat
aan zijn licht te ontkomen.

Alleen het echt vanzelfsprekende te water gaan
van een magere zwemster, 's ochtends vroeg,
in het buitenbad tussen de bomen,
verliep uiterst krampachtig.

Boven het water bleef ze machteloos zweven terwijl ik
teruggleed, opnieuw in beweging, haar huivering
uit, de moed opgegeven, het badpak
al bijna verdwenen.




© Ester Naomi Perquin




Openingsgedicht uit Ester Naomi Perquin Celinspecties Amsterdam, Van Oorschot, 2012