zondag 16 augustus 2009

Zoolbeslag - bij de hervatting van de voetbalcompetitie (1)



HET TWEEDE VAN BETHLEHEM


Als Jezus Christus gevoetbald had, al was het

maar in het tweede van Bethlehem geweest of
desnoods bij de sabbatmiddagamateurs
(hij had immers twaalf discipelen, dat zijn er
wel een paar te veel met de Heiland zelf
meegerekend, maar om te beginnen had Hij
Judas Iskariot, die voor dertig zilverlingen
een transfer naar Golgotha voor Hem op het
oog had, nog voor de verraderlijke kus in de
hof van Gethsemane tegen een schorsing voor
het leven kunnen laten oplopen)
dan was het mij in mijn jeugd nooit verboden
geweest om op straat achter een kaalgetrapt
tennisballetje aan het vuur uit mijn sloffen te lopen.
En dat vuur is niet alleen figuurlijk bedoeld,
want in de crisistijd voor de oorlog had je ijzeren
zoolbeslag onder je schoenen, zodat je
verwoede aanvalsdrift vaak door een regen
van vonken om je enkels begeleid werd.
Het was een koorts.
Het schoot door je aderen heen als vuurwater
door het bloed van de Indianen van Karl May.
Ik was net een krolse kat,
die houd je ook niet binnen.


JAN WOLKERS



Aanhef uit "De knieën van Jacquet", herinneringen van Jan Wolkers aan een vooroorlogse doelman,
in volledige vorm gepubliceerd in Hard gras nr. 3 / april 1995.

Fragm. naderhand opgenomen in Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'

[samenst. en red. Ben Herbergs – illustr. Len Munnik], Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.


Geen opmerkingen: