donderdag 10 april 2008

Wat Blijft Komt Nooit Terug



Tuin Dordrechts Museum


Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo’n late voorjaarsdag.

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Maar aan de andere kant zal ik
–je weet maar nooit–
veel langer leven dan die vogel.
En als ik toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo’n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vader konden denken,
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.



JAN EIJKELBOOM (1926-2008)

[uit: J. Eijkelboom Wat blijft komt nooit terug.
Amsterdam, de Arbeiderspers, 1979]

Vlak voordat hij 82 jaar zou zijn geworden overleed eind februari jl. de Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en journalist Jan Eijkelboom. Begin vorige maand is Eijkelboom - in alle stilte - in besloten kring in Dordrecht gecremeerd. Behalve een bescheiden overlijdensannonce van zijn Amsterdamse uitgever werd aan de dood van de dichter - tot veler verbazing - publiek officieel weinig ruchtbaarheid gegeven. Er zou "geen geld" zijn voor een bijeenkomst waarop vrienden, lezers en belangstellenden op meer persoonlijke wijze afscheid konden nemen van de innemende schrijver. Mede op initiatief van de gemeente Dordrecht vindt zaterdag alsnog een speciale herdenkingsbijeenkomst plaats voor Eijkelboom, die bij leven nog in dienst was als stadsdichter, de eerste in Nederland.

Noteer: zaterdag 12 april as., van 15 tot 17 uur, in de tuin van het Dordts Museum.
Eijkelboom wijdde er ooit een fraai gedicht aan.

Het Dordrechts Museum bevindt zich op loopafstand van de plaats waar een van de beroemdste dichtregels van Eijkelboom (Wat blijft komt nooit terug) in de kademuur staat gegraveerd:
op de plek waar drie wateren bijelkaar komen, het Dordtse Damiatebolwerk.

Geen opmerkingen: